De voormoeders

Please see below for an English summary.

Momenteel werk ik aan het boek De voormoeders. Driehonderd jaar Nederlands-Indische familiegeschiedenis. Dit boek gaat over de geschiedenis van Nederlands-Indische vrouwen in mijn familie, van de VOC-tijd tot het heden. De geschiedenis van de VOC en de Nederlanders in Azië is vaak gericht op de Europese mannen die bij de VOC in dienst waren, terwijl de Aziatische vrouwen die in deze geschiedenis ook van cruciaal belang waren veel minder ter sprake komen. Hun Europees-Aziatische nakomelingen en de rol die zij speelden in de Indonesische koloniale geschiedenis staan in dit boek centraal.

In De voormoeders onderzoek ik het leven van Europees-Aziatische vrouwen in mijn familie, van de 18e-eeuwse VOC-vestiging Makassar op het eiland Sulawesi, via de suikerplantages van Oost-Java, tot en met de migratie van mijn oma’s gezin naar Nederland. Aan de hand van familieverhalen en archief- en literatuuronderzoek plaats ik hun levens in een bredere en actuele historische context, die de complexiteit van het koloniale verleden in Nederlands-Indië en de daaropvolgende postkoloniale migratie voor een breed publiek toegankelijk maakt.

Lees meer over de vrouwen die in dit boek centraal staan in mijn stuk op het geschiedenisblog Over de Muur: ‘De wereld van de VOC en de vergeten Aziatische vrouwen.’

Dit boek zal verschijnen bij uitgeverij Ambo | Anthos, waar ik in juli 2018 een boekcontract heb getekend dankzij bemiddeling van Marianne Schönbach Literary Agency.

Detail van ‘Pieter Cnoll, Cornelia van Nijenrode and hun dochters’, Jacob Coeman, 1665, collectie Rijksmuseum. Cornelia van Nijenrode was de dochter van een Nederlandse VOC-werknemer Cornelis van Nijenrode en een Japanse moeder, Surishia. Op de achtergrond staan een man en vrouw, beiden Aziatische slaafgemaakten.

English summary

I’m currently working on a book on the history of the Dutch-Indonesian women in my family, from the time of the Dutch East India Company until the present day. In this book I will investigate the lives of European-Asian women in my family, from the 18th-century East India Company factory of Makassar on the island of Sulawesi, via the sugar plantations of East Java, up to and including the migration of my grandmother’s family to the Netherlands. Using family oral history, archival sources and secondary literature, I will place their lives in a broader and up to date historical context, that will make the complexity of the colonial history of the Dutch East Indies and the following postcolonial migration accessible to a wide audience.